Italië & Kroatië: Mijn eerste grote avontuur
We tekenen zomer 2014, dit was mijn allereerste grote reis. Geen korte uitstap, geen weekendje weg, maar een echte tocht door landen, landschappen en verhalen. Met de wagen en de tent trokken we door Italië en Kroatië, over bergen en langs zeeën, van stad naar stad. Ik wist het toen nog niet, maar dit avontuur zou de toon zetten voor alles wat daarna nog zou volgen.
We reden door de Alpen met zicht op de Mont Blanc en zakten verder zuidwaarts tot onze eerste stop in Genua. De haven vol boten, de stad die leefde, het eerste echte Italiaanse eten… Ik herinner me vooral het ontbijt bij het water. Dat moment waarop je voelt: we zijn vertrokken. Dit is vakantie.
De volgende dag reden we verder langs de kust. In Lido di Camaiore genoten we van het strand en wandelden we over de pier van Forte dei Marmi. Alles voelde licht en zorgeloos. Later die dag kwamen we aan in Pisa. De scheve toren moest natuurlijk beklommen worden en de verplichte toeristische foto’s konden niet ontbreken — al was dat met mij erbij niet altijd even eenvoudig.
Op dag drie bezochten we Monteriggioni, een klein volledig ommuurd dorp. Vanop de muren keken we uit over groene wijnvelden en glooiende landschappen die tot aan de horizon reikten. Diezelfde dag stond ook Siena op het programma. De statige gebouwen, het Piazza del Campo met de Torre del Mangia, de scooters die door de smalle straatjes zoemden… alles ademde geschiedenis en leven tegelijk.
De dag nadien reden we door het Toscaanse platteland. Wijngaarden, cipressen, heuvels die zacht over elkaar heen rolden. In Montepulciano hielden we halt voor lunch. Pizza, een flesje Montepulciano — hoe kan het ook anders — en dat typische gevoel dat je nergens anders hoeft te zijn dan precies daar.
Onze weg bracht ons daarna langs het kratermeer Lago di Bolsena. Het zwarte vulkanische strand, het rustige water, de stilte aan het einde van de dag… De perfecte plek voor een barbecue en nog een frisse duik voor de zon onderging.
In Orvieto baanden we ons een weg door smalle straatjes die duidelijk nooit voor auto’s bedoeld waren. Op het plein voor de Duomo waren we net op tijd voor een optreden van de lokale fanfare. De kathedraal zelf, met haar zwart-witte marmeren banden en rijk gedetailleerde reliëfs, maakte diepe indruk. Zelfs toen al voelde je: sommige plekken moet je niet begrijpen, alleen ervaren.
Rome volgde. En Rome overweldigt. Piazza del Popolo, de Spaanse trappen, de Trevifontein, het Pantheon, Il Vittoriano, het Forum Romanum — elke stap voelde als wandelen door een geschiedenisboek. In Vaticaanstad woonden we de zegen van de paus bij op het Sint-Pietersplein, waarna het Colosseum volgde. Ooit een plek van geweld en spektakel, nu een stille getuige waar mensen van over de hele wereld samenkomen.
We bleven nog een dag in Rome. Gewoon rondlopen, eten, kijken, toerist zijn. Die avond kropen we vroeg onder de wol, want de volgende dag stond een lange rit naar het zuiden op ons te wachten. Net voorbij Napels kwamen we aan in Sorrento. Azuurblauw water, kleurrijke bootjes, gezellige bars en de Vesuvius op de achtergrond. Tijd voor een Peroni — die hadden we verdiend. Met de buggy door de steile straatjes terug naar boven was pittig, maar gelukkig waren de trappen lang en breed.
Een dag later gingen we het water op. Met een klein bootje voeren we naar Capri. Het water was rustig, de zon zacht. We gingen voor anker in een baai, picknickten op de boot, doken in zee en voeren langs grotten die de kust rijk is. Op de terugweg stak de wind op en werd het vechten tegen golven en stroming. Twee uur later bereikten we veilig de haven. Moe, maar voldaan.
De volgende dag begonnen we vroeg aan de klim naar de top van de Vesuvius, met mij in de rugzak. Het uitzicht was indrukwekkend: de hele kustlijn, het binnenland en de krater zelf, alsof hij elk moment weer kon ontwaken. Daarna bezochten we Pompei. De omvang van de stad, de stille straten en huizen… Het besef van wat hier gebeurd is, kwam hard binnen.
Via het binnenland reden we noordwaarts richting Assisi. Moe maar tevreden kwamen we aan en namen nog een verfrissende duik in het zwembad. De dag nadien verkenden we het dorp. Assisi, de brede straten, winkelkraampjes onder parasols, olijfbomen en vooral: cannoli’s. Zoet, romig, perfect. Daarna bezochten we de Sint-Franciscusbasiliek. De verkoeling binnen en de vroeggotische fresco’s maakten diepe indruk.
Omdat het hotel wat toeristisch aanvoelde, trokken we verder Umbrië in. In het Monte Subasio-park vonden we een prachtige Bed & Breakfast, een echte oase van rust. Zwembad, natuur, en vooral: fantastisch eten met lokale streekproducten. Terwijl mama en ik daar genoten van de rust, huurden papa en Tibo een Vespa om de regio te verkennen. Dorpjes, kronkelende wegen, geschiedenis op elke hoek.
Voor dag en dauw vertrokken we richting Ancona om de oversteek naar Kroatië te maken. In Ancona kregen we nog een klein onverwacht avontuur voorgeschoteld. Bij het inchecken bleek dat mijn kids-ID in 2014 niet volstond om Kroatië binnen te mogen, aangezien het toen nog geen Schengenland was. Wat volgde was een korte race tegen de klok: een pasfoto bij een lokale fotograaf en snel langs het Belgische consulaat — boven een Brico — voor een tijdelijk internationaal paspoort. Met dat paspoort in handen haalden we nét op tijd de ferry richting Kroatië.
Die nachtelijke vaartocht bracht ons naar Split, waar we wakker werden met zicht op de kust vol eilanden. We wandelden door de stad en ontdekten dat Split niet moest onderdoen voor Italiaanse steden. En ja, papa slaagde erin om na zestien dagen Italië zonder boetes, in Kroatië binnen een halve dag een parkeerboete te krijgen.
Onze laatste halte was bij mijn tante en nonkel in Tisno. Een warm welkom, een dag op het water met de speedboot, mislukte waterski-pogingen van de rest van de familie en veel gelach. Ik keek liever vanop de boot toe. We sloten af met een barbecue en een lange gezellige avond.
Op de laatste dag wandelden we nog langs het strand en door het dorp. Daarna pakten we alles terug in en begonnen aan de lange rit naar huis.
Het azuurblauwe water, de landschappen, de gastvrijheid, de wandelingen — alles bleef hangen.
Voor mij was dit mijn eerste grote avontuur. En het was geweldig.
Dit smaakte naar meer.
Naar veel meer.
Papa, mama, broer… wat is de volgende reis?
Ik kan niet wachten.
— Jerom