Les Deux Alpes – mijn perfecte avontuur
Er zijn reizen die gewoon leuk zijn, en er zijn reizen die je voor altijd bijblijven. Mijn allereerste skivakantie in Les Deux Alpes in de Franse Alpen hoort duidelijk in die tweede categorie. Een week vol eerste keren: de eerste keer écht hoge bergen in de sneeuw, de eerste keer in een dualski, de eerste keer après-ski midden tussen de pistes… en vooral: een week waarin we als gezin samen iets deden wat we nooit voor mogelijk hadden gehouden.
Aankomst in de Alpen
Na een lange rit door de nacht reden we in de vroege ochtend de Alpen in. De besneeuwde toppen kwamen steeds dichterbij, de lucht werd lichter en de weg begon te kronkelen. Op de GPS zagen we de hoogtemeter langzaam omhoog kruipen: 900 meter, 950, 1000… Haarspeldbocht na haarspeldbocht, tot daar ineens het dorp opdook: Les Deux Alpes, verscholen tussen de bergen, met sneeuwwanden langs de weg die hoger waren dan ikzelf.
Mama deed mijn schoenen en jas aan en zette me in de sneeuw. Overal waar ik keek, lag het wit opeengestapeld. De lucht was fris, de stilte anders dan thuis. Dit was geen gewone vakantie, dat voelde ik meteen.
Ons appartement was al vroeg klaar, dus we konden snel uitladen, ski-passen regelen en skimateriaal huren voor papa Jelle en mijn broer Tibo. In de namiddag verkenden we het dorp, dronken iets onderaan de pistes en deden boodschappen zodat we niet elke avond op restaurant hoefden. Tegen zes uur zaten we aan tafel, en om acht uur lag iedereen in bed. De vermoeidheid van de rit, de berglucht, de prikkels… het deed zijn werk. In mijn hoofd suisde ik in mijn dromen al de berg af.
De eerste morgen in de bergen.
De volgende ochtend trok papa de gordijnen open: blauwe lucht, zon op de toppen en de geur van koffie die de hele studio vulde. Mama Françoise maakte eieren en toast, maar ik hield het bij yoghurt en brood. Daarna begon de worsteling met mijn skikleren: lange onderbroek tot onder mijn oksels, laagjes, skibroek met bretellen, trui, dikke jas… vijftien minuten later was ik al bezweet, en dan moesten we nog buiten komen.
We wandelden naar de gondellift. Papa en Tibo beladen als pakezels met ski’s en rugzakken, mama die mij bij de hand leidde. De rij voor de lift was lang, maar wij mochten via de ingang van de skischool naar binnen. Binnen in de cabine klemden mensen zich vast tussen ski’s en stokken, terwijl we geruisloos naar boven zweefden. Beneden zag ik piepkleine skiërs als mieren over de witte hellingen schuiven.
Op 2600 meter stapten we uit bij de Pano Bar. Mama en ik nestelden ons in dikke zitzakken in de zon, met een eindeloos uitzicht op de bergen. Papa en Tibo klikten hun ski’s aan en verdwenen de pistes op. Ik keek naar de stroom mensen die koffie, warme chocomelk of een snelle snack kwamen halen. De sfeer was licht, vrolijk, bijna feestelijk.
Mijn eerste afdaling met een Dualski
Rond de middag kwamen papa en Tibo terug en namen we de lift naar beneden, naar het dorp. Daar wachtte iemand waar ik enorm nieuwsgierig naar was: mijn dualski-instructeur Valentin.
Voor de deur van de skischool kwam hij naar buiten in zijn felrode ESF-outfit. Op een kleine kar voor zich duwde hij een glimmende, wit-zwarte dualski: een soort lage stoel op twee ski’s, met metalen beugels en stevige riemen. Hij stelde zich voor, lachte breed en nam ons mee via liften en gangen rechtstreeks naar het instappunt van de gondel. Geen gedrum, geen rij, gewoon samen met mijn “nieuwe voertuig” de lift in. Ik voelde me een kleine VIP.
Boven op de gletsjer, op 3200 meter, was het uitzicht ronduit magisch. Overal wit, rotsen en sneeuw, en in de verte wees Valentin Mont Blanc aan, de hoogste berg van Europa. Hij bouwde de dualski om van kar naar ski’s, vouwde de stoel open en papa tilde me erin. Met extra kussens in mijn rug, een dikke hoes over mijn benen en de riemen stevig aangespannen zat ik vast – maar comfortabel.
Valentin klikte zijn eigen ski’s aan, boog zich even naar me toe, vroeg of ik er klaar voor was… en met één lichte duw vertrokken we.
De snelle glijbeweging, de bochten, de wind in mijn gezicht, de zon die weerkaatste op de sneeuw… ik gierde het uit. Bij elke bocht voelde ik dat achtbaangevoel in mijn buik. Ik droeg papa’s zonnebril, veel te groot voor mijn gezicht, maar perfect om niet verblind te worden. In dat moment voelde ik me licht, vrij, bijna zwevend. Dit was geen compromis, geen “we zien wel wat mogelijk is”. Dit wás skiën. Op mijn manier, maar voluit.
Beneden namen we een stoeltjeslift. Ik vroeg me af hoe dat technisch in hemelsnaam zou moeten, maar Valentin had duidelijk ervaring. De lift vertraagde, de stoel schoof precies goed onder de dualski, de beugel ging omlaag, en daar hingen we weer boven de witte wereld. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Bij een volgende afdaling gaf Valentin de beugels aan papa. Tijd voor zijn eerste meters als duwskiër. “Het is zoals een kruiwagen,” zei Valentin. Ik dacht aan papa in de tuin met een kruiwagen en hield even mijn adem in. Maar hij deed het goed. Trager, voorzichtiger, maar vastberaden. Ik voelde hoe hard hij zijn best deed om het voor mij veilig én leuk te maken. Dat alleen al maakte me trots.
De rest van de namiddag vlogen we de hellingen af, afwisselend met Valentin aan het roer en papa op de makkelijkere stukken. Toen we terug beneden in het dorp waren, tintelde ik nog na van de adrenaline. Die avond sliep ik diep en lang.
Storm op de Berg
De volgende dag begon op dezelfde manier, maar de berg had duidelijk een andere bui. De wind trok aan, de sneeuw blies horizontaal voorbij en de zichtbaarheid was slecht. Mama en ik bleven deze keer binnen in de Pano Bar, terwijl papa en Tibo zich door de ruige omstandigheden werkten. Tegen de middag kwamen we samen in een druk restaurant boven de bar. De macaroni met kaas was duur en niet eens zo bijzonder, maar de cheesecake die papa voor mij meebracht maakte veel goed.
Na de lunch moesten we een klein maar zwaar stuk omhoog door de sneeuw naar de middellift. De wind duwde tegen ons in, de sneeuw lag hoger, de kou beet in ons gezicht. Papa droeg mij, mama en Tibo sleurden met ski’s en rugzakken. Boven moest papa letterlijk even op één knie bekomen. De Alpen tonen je zonder pardon wie hier de baas is.
Binnen in de middelste liftstation was het kil, tochtig en druk. En toen kwam er nog wat bij: mijn geduld én mijn humeur waren op. Ik was koud, moe en overprikkeld, en dat straalde af op de rest van de familie. Toen Valentin uiteindelijk met zijn brede glimlach binnenwandelde, leek hij wel uit een ander klimaat te komen. Voor hem was dit “een gewone dag in de bergen”.
Omdat de lift naar de gletsjer gesloten was door de wind, moesten we een stuk lager vertrekken. Buiten in de dualski trok de wind meteen aan mijn gezicht. Hoewel ik goed ingepakt zat, prikte de sneeuw bij elke vlaag. Ik begon te huilen, mama probeerde me gerust te stellen, maar het voelde helemaal niet meer als de dag ervoor. Soms is bergenmagie zacht en zonnig, soms is ze hard en scherp.
De afdaling verliep zwaar. De sneeuw was diep en hobbelig, de zichtbaarheid minimaal. Mama had het moeilijk om te volgen en ging onderuit op een verborgen bult. Ze stond dapper weer recht, maar even later ging ze opnieuw neer,dit keer stevig op haar knie. Daarna kon ze niet meer op eigen kracht rechtstaan.
Daar stonden we: ik huilend in de dualski, mama in de sneeuw met een pijnlijke knie, papa en Tibo die probeerden te helpen, en Valentin die de situatie rustig inschatte. Hij belde de reddingsdienst. In weer en wind werd mama uiteindelijk met een brancard achter een sneeuwscooter naar beneden gebracht. Voor haar voelde dat waarschijnlijk als een eindeloze rit. Voor mij voelde het alsof de berg ineens liet zien dat hij niet alleen mooi, maar ook meedogenloos kon zijn.
Die avond lag mama in het appartement met een stevige kniebrace en pijnstillers. De diagnose: meniscusscheur. Geen drama op lange termijn, maar wel even pas op de plaats. Skiën zat er voor haar niet meer in. De dagen nadien werd het ritme trager. Papa en Tibo trokken nog de pistes in, terwijl mama en ik het dorp leerden kennen, koffie- en chocoladewinkels ontdekten en ik genoot van het warme, vertrouwde gevoel van ons tijdelijke “thuis” in de bergen. Zelfs dat hoorde bij het avontuur: leren schakelen, andere plannen maken en merken dat samen zijn uiteindelijk het belangrijkst is.
Vliegen in het snowpark!
En toen was het plots vrijdag, de laatste volledige dag. Het was opnieuw stralend weer. De zon scheen, de lucht was staalblauw en de sneeuw glinsterde alsof iemand er glitters over had uitgestrooid. Ik voelde het dubbele in mijn buik: blij dat ik nog één keer met de dualski naar boven mocht, droevig omdat ik wist dat het de laatste keer was van deze reis.
We gingen vroeg met de lift naar de gletsjer. Boven was het bijtend koud, maar ook ongelooflijk mooi. Mama en ik probeerden even in de ligstoelen van het restaurant te zitten, maar na een tijdje dreef de wind iedereen weer naar binnen. De tijd ging traag. We wandelden wat heen en weer, keken naar de liften, de mensen, de witte wereld om ons heen. Ik had heimwee naar het gevoel van de afdaling, nog vóór ik erin zat.
Toen papa, Tibo en Valentin eindelijk aankwamen met de dualski, voelde alles weer kloppen. Ik werd vastgesjord, de hoes dicht, riemen aangespannen, bril op. De eerste meters herinnerden me meteen waarom ik dit zó bijzonder vond. De sneeuw onder de ski’s was zacht en los, de bochten waren breed en vloeiend, Valentin stuurde met een vanzelfsprekendheid die me gerust stelde én uitdaagde.
Halverwege de afdaling nam papa weer over. Deze keer voelde ik duidelijk dat hij gegroeid was. De bochten waren ronder, rustiger, maar zekerder. Hij durfde meer, vertrouwde meer op de feedback van de dualski. Ik zat midden in dat samenspel en voelde me… trots. Op hem, op ons, op wat we samen hadden geleerd.
En toen kwam de ultieme verrassing. Valentin stelde voor om met de dualski door het snowpark te gaan, de plaats waar Tibo de dagen ervoor zijn sprongen had geoefend. Ik hoopte zó hard op een “ja” van papa, en die kwam er. We namen de stoeltjeslift naar boven, Tibo ging als eerste over de schansen, daarna was ik aan de beurt.
Valentin dreef de snelheid op, stuurde ons naar de eerste bult, en op de top voelde ik het: de ski’s kwamen los van de sneeuw. Heel even was er geen glijgeluid, alleen de wind langs mijn wangen. Een fractie van stilte, een fractie van gewichtloosheid. Ik vloog. Voor een paar milliseconden was er alleen vrijheid. Daarna landden we zacht, rolden door naar de tweede en derde bult, en voor ik het wist waren we beneden.
Ik had het snowpark gedaan. In mijn dualski. Met mijn instructeur, mijn papa en mijn broer aan mijn zijde. Ik kon niet stoppen met lachen.
Beneden, terug in het dorp, namen we afscheid van Valentin. We bedankten hem voor alles wat hij ons had laten ontdekken. Zonder hem was “skiën” voor mij iets geweest om naar te kijken. Met hem was het iets geworden dat ik zélf kon beleven.
Maar papa had nog één verrassing achter de hand: een rit met een paardenslee aan de rand van het dorp. Op een open parkeerplaats stond een paard met een slee te wachten. We kropen onder dekens, de menner gaf een korte “allez hup” en langzaam trokken we langs een smal pad, met zicht op het dal en de bergen rondom. Zijn hond rende vrolijk mee door de sneeuw.
Halverwege stopten we bij een oude boerderij. Binnen wachtte warme chocolademelk en zelfgebakken appeltaart. De ruimte hing vol met oude ski’s, foto’s, curiosa en het zachte geluid van dieren uit de stal ernaast. Door een raam zagen we schapen, geiten en kippen dicht tegen elkaar aan. De geur van stro en dieren, de warmte van de chocolademelk, de glimlach van mama en papa… het was eenvoudig, en precies daardoor perfect.
De terugrit ging bergop, dus het paard mocht regelmatig pauzeren. Niemand die haast had. Niemand die op een klok keek. Alleen de crunch van sneeuw onder de slee en onze adem in de koude lucht.
Die avond aten we ons laatste avondmaal in Les Deux Alpes. Terwijl ik mijn yoghurt at en mijn ogen bijna dichtvielen, begonnen mama en papa al in te pakken. Ski’s terug naar de verhuur, kleren in de tassen, de eerste spullen in de auto. De volgende ochtend zouden we vroeg vertrekken.
Toen de wekker nog voor zonsopgang afging, vulde de geur van koffie opnieuw het appartement. Mama stopte mijn knuffel in mijn armen, trok mijn jas dicht en zette me in de auto. Buiten was het dorp stil en donker. Geen après-ski meer, geen mensen met ski’s op hun schouder, alleen onze koplampen in de sneeuw.
We reden langzaam door de verlaten straten, namen de eerste bochten naar beneden en lieten Les Deux Alpes achter ons. In de achteruitkijkspiegel werden de lichtjes kleiner, de bergen donkerder silhouetten tegen een langzaam lichter wordende hemel.
Ik leunde met mijn hoofd tegen de hoofdsteun, knuffel stevig vast. Moe, voldaan en stilletjes gelukkig.
In mijn gedachten reed ik nog één keer de berg af, voelde ik nog één keer de wind, hoorde ik nog één keer mijn eigen lach echoën in de kou.
Wat een week.
Met zon en storm, met vreugde en tranen, met sprongen in het snowpark en chocolademelk in een oude boerderij.
Voor mij was het precies wat de titel al zei: mijn perfecte avontuur. 💙🏔️