De grote Scandinavië-reis van Jerom 

 

Er zijn reizen die je verrassen… en dan zijn er reizen die je wereld even helemaal op z’n kop zetten. Onze trip door Zweden en Noorwegen deed precies dat. Vanaf het eerste moment voelde het alsof we een gigantische speeltuin van natuur, legendes en eindeloze ruimte waren binnengewandeld. Een plek waar Vikingstenen fluisteren, meren glinsteren als spiegels en waar rendieren plots midden op de weg verschijnen alsof ze je persoonlijk willen begroeten. 

Voor mij, samen met papa Jelle, mama Françoise, mijn broer Tibo en ook zijn vriendin Nolwenn, werd dit een reis vol eerste keren: de eerste keer een eland kussen, de eerste keer op een gletsjer staan, de eerste keer een beer recht in de ogen kijken, de eerste keer een sauna aan een fjord, en de eerste keer wakker worden met alleen stilte, bossen en bergen om ons heen. 

Scandinavië voelde anders. Rustiger. Groter. Wilder. Alsof de natuur er het laatste woord heeft en wij gewoon dankbare gasten zijn. En precies daarom was dit misschien wel één van de meest indrukwekkende avonturen die ik ooit heb beleefd. 

 

Onze eerste dag begon meteen magisch. In Ystad bezochten we Ales Stenar, een 1400 jaar oude Viking-steencirkel. Terwijl ik tussen de monolieten liep, voelde ik een soort oeroude kracht om me heen alsof die Vikingen mij vertelden dat je alles kan als je erin gelooft. 

Niet veel later zaten we al in onze kajaks in het Älmo Naturreservat. De stilte, het water, de bomen… het voelde alsof we in een schilderij peddelden. We lunchten aan Kalmar Slott en reden door naar het Virum Moose Park, waar ik een eland een kus gaf. Of hij mij. De meningen verschillen. 

De dagen nadien werden gevuld met pure natuurpracht. In Norra Kvill wandelden we tussen gigantische bomen en rotsen alsof trollen ze daar hadden achtergelaten. In Stendörren kajakten we tussen kleine eilandjes van graniet, een van de mooiste tochten van heel de reis. ’s Avonds kwamen we aan in Stockholm en doken we meteen in bed. 

De stad zelf ontdekten we in de regen, maar zelfs met druppels op ons gezicht was Stockholm prachtig. We slenterden door Gamla Stan, bezochten het paleis en aten heerlijk in Restaurang Dalanisse. Nadien trokken we naar Vallby Friluftsmuseum waar ik zelfs een korte les Zweeds kreeg, zeker niet mijn eenvoudigste moment. 

In Styggforsen droeg Tibo me door een sprookjesachtig bos naar de waterval. Ik voel me altijd veilig op zijn rug, misschien omdat hij me al zo vaak gedragen heeft op moeilijke paden. Die avond viel ik als een blok in slaap. 

In Rättvik wandelden we de 600 meter lange Långbryggan-pier op en neer. De wind, het water, het eindeloze uitzicht, ik had het gevoel dat ik op het einde van de wereld liep. Daarna kregen we een gouden tip over Mörkret, wat uiteindelijk een van de spannendste stops van de reis werd. 

Heel vroeg stonden we aan de Njupeskär-waterval in Fulufjället, de hoogste van Zweden. We gingen verder naar Old Tjikko, een van de oudste bomen ter wereld. Hij ziet er niet spectaculair uit, maar zijn wortels zijn oersterk en dat vond ik mooi. We namen de lange route terug en papa en Tibo hadden die avond zeker geen gym meer nodig. 

’s Avonds reden we naar Lofsdalen en sliepen we in de Bear’s Den, een hut waar je absoluut stil moet zijn. En dat werkte, want die nacht kwamen twee wilde beren vier keer langs. Hun grote koppen, hun stappen in het donker… dat vergeet je niet. Het voelde alsof we even te gast waren in hún wereld. 

Noorwegen verwelkomde ons met meren, bossen en frisse lucht. In Femundsmarka kajakten we naar een eiland dat ik meteen tot Jerom’s Island doopte. Daarna bezochten we het charmante Røros en reden we door naar Trondheim voor een topdiner bij Kalas & Canasta. 

Na een rustige dag gingen we vol verwachting naar de beroemde Atlantic Ocean Road. Het regende hard, maar ik vond het prachtig, het voelde alsof de natuur me extra wilde laten voelen dat ik écht in Scandinavië was. Daarna nam papa ons mee over de indrukwekkende Trollstigen met watervallen die als vloeibare magie van de bergen leken te glijden. 

We ontdekten Slådalsvegen, een schitterende gravelweg, en bezochten de ijstunnel van Klimapark 2469. Daar leerde ik hoe gevaarlijk het is dat permafrost smelt, zelfs ik snap dat dat geen goed nieuws is. 

Het absolute hoogtepunt was de gletsjerwandeling met Icetroll. De RIB-boot, de crampons, het krakende ijs onder papa’s en Tibo’s voeten… en dan dat moment waarop ik zelf even op de gletsjer mocht staan. Met warme chocolademelk erbij. Ik voelde me de koning van de bergen. 

De dag erna gingen papa, Tibo en Nolwenn ijsklimmen terwijl mama en ik een steenmannetje bouwden voor geluk. Gelukkig kwamen ze veilig terug al moest hun gids harder werken voor papa. 

Vøringfossen liet me versteld staan met zijn 163 meter diepe val. ’s Avonds reden we door tunnels, over bruggen en door fjorden alsof we in een film zaten. Mijn favoriete moment kwam bij de sauna aan de Sørfjorden: papa die in het ijskoude water sprong terwijl ik rustig van mijn sapje genoot. Mama kocht die dag kersen bij een onbemand kraampje, dat vertrouwen in mensen vind ik zo mooi. 

Bij Hardangervidda zagen papa en ik een spectaculaire zonsondergang die de lucht in tweeën leek te delen. De ene helft dankbaar voor wat geweest was, de andere vol belofte voor wat nog zou komen. 

De volgende ochtend kajakten we op een spiegelglad Ustevatnet. Later die dag verloren we onze drone, ondanks lang zoeken. Jammer, maar we denken vooral terug aan de schitterende beelden die hij wél heeft vastgelegd. 

In Rjukan wandelde ik tussen houten trollen tijdens de Trolltur, waarna Tibo eindelijk zijn bungeejump deed. Hij schreeuwde zo hard dat ik nog altijd moet lachen wanneer ik eraan denk. 

We gingen paardrijden met Bø og Lifjell Turridning en bezochten de indrukwekkende Heddal staafkerk. Daarna sliepen we bij een riviertje, midden in de natuur. De perfecte plek om tot rust te komen. 

Op onze weg naar Oslo stopten we bij de Kjekstad Golfklubb waar ik mocht meerijden in de golfkar. Papa en Tibo moesten spelen met een mini-putter, wat zorgde voor heel veel gelach. Tibo won. Papa minder. 

Oslo verkenden we uiteindelijk via een hop-on hop-off bus, en eerlijk… het was perfect. We bezochten Camp Grinsby van Staf Coppens, die ondanks de drukte tijd maakte voor een foto en ons tips gaf. Dankzij het recht op wildkamperen vonden we een prachtige plek vol kraanvogels en bosbessen. 

De laatste dagen brachten we door in Göteborg, Malmö en eindigden we in Kopenhagen. We aten kanelbullar, reden over de Øresundsbrug en bezochten de dierentuin. Prachtig, maar ik voelde ook dat dieren vrijheid verdienen, net zoals wij. 

Ons avontuur eindigde met een avondwandeling langs Nyhavn, waar de kleurrijke huizen in het water weerspiegelden. 
Daar, in dat warme licht, voelde ik alleen maar dankbaarheid. 

Zweden en Noorwegen hebben me geleerd hoe mooi eenvoud kan zijn. Hoe krachtig natuur is. Hoe vriendelijk mensen kunnen zijn. En hoe bijzonder het is om als gezin samen de wereld te ontdekken. 

Ik zal deze reis nooit vergeten. 
En wie weet… misschien volgen er nog veel meer. 

Vorige
Vorige

De Azoren – Van de ruwe zee tot de vulkanische bergen

Volgende
Volgende

Jerom in de Emiraten