Zuid-Afrika: Een reis die ons voor altijd gevormd heeft
Zuid-Afrika stond al lang bovenaan onze lijst, maar geen van ons had kunnen voorspellen hoe diep deze reis ons zou raken. Na twee lange vluchten kwamen we ’s avonds aan in Kaapstad, waar de energie van de stad meteen voelbaar was. De volgende ochtend trokken we de stad in, begonnen met een rustig ontbijt in Company’s Garden, omringd door straatartiesten die met pure passie zongen en dansten.
Zoveel lachende kinderen, ze hebben zo een leuk gevoel voor ritme!
We wandelden naar het Castle of Good Hope met de Tafelberg als imposante achtergrond, en sloten de dag af bij de V&A Waterfront, waar zeehonden lagen te zonnen op de rotsen. Een diner op de pier met een gouden zonsondergang over de haven maakte het eerste hoofdstuk van dit avontuur compleet.
De dagen die volgden stonden in het teken van imposante natuur. Boven op de Tafelberg genoten we van panoramische uitzichten tot aan Kaap de Goede Hoop. We wandelden langs rotsen en begroetten vogels en hagedissen die zich warmden in de zon. ’s Avonds trakteerden we onszelf in Camps Bay op cheesecake en ijs, het perfecte afscheid van Kaapstad.
Van Kaap de Goede Hoop tot de wijnlanden
Daarna verruilden we het comfort van een hotelkamer voor ons nieuwe thuis: een Toyota Landcruiser met twee daktenten. Een kleine wereld op wielen, klaar om het zuiden en oosten van het land te doorkruisen. Voor we oostwaarts zouden trekken, reden we eerst naar Kaap de Goede Hoop, het zuidwestelijkste punt van Afrika. Het was winderig, wild en prachtig. Een struisvogel wandelde op zijn gemak langs de kliffen, alsof hij voor ons poseerde. Op Boulders Beach ontmoetten we een kolonie pinguïns die zich zonder schaamte lieten bewonderen.
Onze tocht bracht ons vervolgens naar de wijnregio rond Stellenbosch en Franschhoek. We proefden wijnen, genoten van een royale picknick tussen de wijngaarden en reden te paard door de heuvels. De rit over de bergpas naar Franschhoek gaf het gevoel alsof we de Hof van Eden ontdekten, om daarna in Hermanus neer te strijken voor een nacht aan zee.
Hermanus bracht ons tot bij de oceaan op zoek naar walvissen. Op zee zaten dolfijnen al snel naast ons te springen, als vrolijke reisgenoten. Toen een zuidkaper met haar kalf vlakbij opdook, werd het even stil aan boord. Zo’n moment prent zich voorgoed in je geheugen. Onze eerste nacht kamperen volgde: vuur maken, sterren kijken en beseffen hoe klein je bent onder zo’n hemel.
De reis ging verder via de mistige Outeniqua Pass naar Wilderness Nature Reserve, waar tamme bushbucks ons letterlijk uit de hand kwamen eten. In Knysna stonden we oog in oog met olifanten die we mochten voeren, terwijl zebra’s rondwandelden alsof ze bij de familie hoorden. Daarna volgde een sportieve climax aan de Bloukransbrug, waar mijn broer en vader gingen bungeejumpen van 216 meter hoogte. Ik hield het bij de veilige schommel op de grond, dat leek me een betere deal.
Jeffreys Bay bracht surfvibes. Mijn broer stond al snel recht op zijn plank, terwijl mijn vader eerder de rol van aangespoelde walvis benaderde. We lachten wat af, en na een lunch met uitzicht op de golven reden we door naar Addo Elephant Park. Daar begon onze eerste self-drive safari, een zoektocht door struiken en zandpaden, op weg naar dieren die zich enkel tonen wanneer ze er zin in hebben. Toch waren de olifanten er. Een hele kudde zelfs, drinkend, badend, modderstrooiend. We zagen ook zebra’s, wrattenzwijnen, springbokken en een hyena die ons nieuwsgierig opnam.
De weg naar het wilde hart van Zuid-Afrika
De Wild Coast toonde een ander Zuid-Afrika. Chaotisch, intens, levendig en eerlijk. Door Mthatha rijden voelde als een filmset in beweging, vol marktkramen, mensen, dieren, kleuren en geluiden. Het was overweldigend, maar het gaf ons een rauwe, ongefilterde inkijk in het dagelijkse leven.
In Underberg, aan de voet van de Drakensbergen, bekeken we de wereld opnieuw met rustige ademhalingen. We reden de Sani Pass op, een avontuur op zich, langs steile afgronden en adembenemende uitzichten, tot we Lesotho binnenreden. De mensen die we onderweg ontmoetten waren warm en open, en gaven deze bergwereld een ziel.
’s Avonds sliepen we in Zingela Safari & River Camp, midden in de natuur. We kwamen in het donker aan, volgden een gids op een motor zonder lichten en hobbelden door rivierbeddingen en rotsen. Het was spannend, maar de volgende ochtend, toen giraffen vredig rond ons liepen, wisten we waarvoor we het deden.
Ithala Game Reserve bracht ons in een wildernis die tegelijk dreigend en prachtig was. We kampeerden er alleen, in het donker, met de geluiden van de bush rondom ons. Een bord met “Pas op voor krokodillen” maakte de sfeer nog intenser. Maar bij zonsopkomst werd de omgeving een schilderij. Zebra’s, impala’s, kudu’s, gnoes en struisvogels trokken in alle vroegte voorbij alsof we in een documentaire leefden.
Via Mbombela en de tropische Lowveld Botanical Gardens kwamen we uiteindelijk aan in het beroemde Krugerpark. Tijdens een ochtendsafari zagen we de Big Five op één dag. Een luipaard in een boom, een witte neushoorn op enkele meters, een jacht van leeuwen en een confrontatie tussen hyena’s en gieren. De natuur was mooi, bruut, eerlijk en onvergetelijk.
Onze laatste dagen brachten we door in Ndlovumzi Nature Reserve bij de Blyde River Canyon. We voeren langs krokodillen, bavianen en nijlpaarden, en doken in een privéplonsbad waar zelfs kudus op bezoek kwamen. Daarna volgde het hoogtepunt: een helikoptervlucht door en boven de canyon. Mijn eerste helivlucht ooit, en meteen pure magie.
Een reis voor altijd
Meer dan vierduizend kilometer, talloze kampeerplekken en oneindig veel indrukken later leverden we onze 4x4 in en vlogen we terug naar huis.
Zuid-Afrika liet ons lachen, zwijgen, juichen, nadenken en soms slikken. Het gaf ons nieuwe vrienden, nieuwe inzichten en een schatkist aan verhalen die we voor altijd meedragen.
En misschien nog het belangrijkste: deze reis heeft ons opnieuw getoond waarom we blijven gaan, blijven ontdekken, blijven kijken. Want hoe groot de wereld ook is, ze wordt pas echt bijzonder wanneer je ze samen beleeft.